Jammer, pindakaas – Een portretdocumentaire

Met een startbudget van het stimuleringsfonds en de financiële ondersteuning van het AFK maak ik samen met modeontwerpster Lisa Konno een documentaire over de droomimmigrant Nobaki Konno.

FINAL-Projectplan (dragged) 1-page-001   FINAL-Projectplan (dragged) 2-page-001   FINAL-Projectplan (dragged)-page-001

In het dorp Yonezawa staat sinds 1930 de sojasausfabriek van de familie Konno. Het jongste lid van de familie, Nobuaki Konno, neemt op zijn vierentwintigste het vliegtuig naar Nederland om mee te doen aan het wereldkampioenschap karate. Met een ongekend efficiënt ingepakte koffer komt hij aan op Schiphol, waar hij vijfentwintig jaar van zijn leven zal werken, maar dat wist hij toen nog niet.

Lisakonno_Nobu_web-1-van-14

Nobu wint het kampioenschap, eet na afloop een patatje oorlog en ziet een meisje op de dam. Zij ziet hem ook. Ze kopen een huis in Nieuw-Sloten en krijgen twee kinderen. Nobu reist zes keer per jaar terug naar Japan met op de heenreis een koffer vol met tulpenbollen en op de terugreis een koffer vol met sojasaus. Één van zijn twee kinderen wil een film maken over een onwaarschijnlijke combinatie van twee dingen die haar inspireren: haar vader en mode.

1505392907375-NOBU_LisaKonno_Lookbook_single_def2

Nobu is een man die niet kan rijmen en daarom Nederlandse gezegdes naar zijn hand zet: ‘jammer, pindakaas’. Het is ook een man die Prinses Maxima een karateplankje laat doorslaan terwijl hij oranje sokken draagt:

 

 

Onderdeel van het portret is de modecollectie gebaseerd op de combinatie van Nobu’s Japanse bloed en zijn Nederlandse regenjassen.

i-D schreef over de collectie:

Lisa Konno over japan, haar vader en haar nieuwe collectie

DoorIris van Hest foto’s doorLaila Cohen

De jonge modeontwerper showde onlangs haar nieuwe collectie ‘Nobu’, die ze baseerde op de tegenstellingen met het geboorteland van haar vader: Japan.

Lisa Konno studeerde in 2014 af aan de ArtEZ, presenteerde niet lang daarna haar eerste collectie op Amsterdam Fashion Week en ontwierp in opdracht voor Afriek een damescollectie. De rode draad in het werk van de Japans-Nederlandse ontwerper is duurzaamheid en recyclebare materialen. Het resultaat is een kleurrijke collectie, gemaakt van traditionele Japanse kimono’s en haar vaders oude t-shirts. i-D sprak met haar over haar Japanse achtergrond, cultuurverschillen en ontbrekende diversiteit in de modewereld.

Deze collectie gaat over jouw Japanse achtergrond en de culturele verschillen tussen Nederland en Japan. Wat zijn die verschillen? En hoe breng je een ‘verschil’ tot uiting in een ontwerp?
De collectie gaat vooral over het verschil tussen hoe mijn vader is als hij hier in Nederland is en als hij in Japan is, en hoe hij die verschillen ervaart. Over de dingen die vooral in het begin nog mis gingen qua aanpassingen aan de Nederlandse cultuur. En als hij nu teruggaat is hij ook niet echt meer helemaal Japans. Hij is hier in Nederland veel directer geworden dan dat mensen in Japan zijn. Ook is hij voor Japanse begrippen veel brutaler dan de gemiddelde Japanner. Hier in Nederland lijkt hij daarentegen met veel meer dingen weg te komen dan iemand met een Arabische achtergrond – de Japanse cultuur wordt echt op zo’n hoog voetstuk geplaatst. Ik vroeg mezelf af wat ik er nog mee zou kunnen doen. Ik wilde wel heel graag iets persoonlijks erover maken, en het meest persoonlijke wat ik kon bedenken was om mijn vader erbij te betrekken.

Lees het hele interview hier.

 

Alles tonen